Ze vallen elk jaar weer bij je in de bus: rekeningen van het waterschap, de gemeente en het drinkwaterbedrijf. Soms apart en soms met andere rekeningen gecombineerd. Maar waar betaal je nou eigenlijk voor? Waar gaat het geld naartoe? Wat gebeurt ermee? Hieronder een overzicht.

Waarom kunnen kosten verschillen per gebied?

Woon je in de stad of op het platteland, in een diepe polder of op hoge zandgrond? Dit maakt voor de kosten van riolering, het onderhoud van dijken of het winnen van drinkwater een verschil.

Hogere lasten bij een slappe bodem

Voor infrastructuur die in of op een slappe bodem (bijvoorbeeld veen) wordt aangelegd moeten veel meer voorzieningen, zoals heipalen en fundering, worden aangebracht dan voor infra in of op een stevige bodem (zoals zand).

Hogere lasten in stedelijk gebied

In sterk verstedelijkt gebied valt regen veelal op verharde oppervlakken, waardoor er snel veel water een weg zoekt naar het laagste punt. Hierdoor moeten meer kosten worden gemaakt voor de afvoer van het regenwater, dan in landelijke gebieden die water makkelijker uit zich zelf opnemen.

Hogere lasten bij diepe polders

Uit veel diepe polders in ons land moet eigenlijk continu water worden weggemalen om ze bewoonbaar te houden. Op hogere grond is dat heel anders, omdat het water daar vrijwel automatisch zijn uitweg vindt.

meer regen door klimaatverandering, zeespiegel stijgt, bodem daalt

Waardoor kunnen mijn waterlasten in de toekomst stijgen?

Het klimaat verandert. De zeespiegel stijgt langzaam maar zeker en in het westen van het land daalt de bodem. Maatregelen zijn nodig om de gevolgen hiervan op te vangen. Dit betekent toenemende waterbeheerkosten. Door zo doelmatig mogelijk te werken proberen de waterbeheerders de stijgende kosten zo goed mogelijk in bedwang te houden.